

![]() | In de Wet op de dierproeven wordt gesproken over de mate van 'ongerief' bij een proefdier. Proefdiervrij noemt het liever bij de echte naam: leed. Volgens de wet ervaart een proefdier leed als het zichtbaar ongemak ervaart in de situatie waarin het zich bevindt, of ziek is en/of pijn lijdt. |
Langs de wettelijke meetlat ondervonden proefdieren in 2008 de volgende mate van leed:
| Ervaren leed | 2008 | 2007 |
| Gering | 194.597 | 204.040 |
| Gering/matig | 164.881 | 172.762 |
| Matig | 144.834 | 150.289 |
| Matig/ernstig | 52.658 | 51.890 |
| Ernstig | 20.972 | 18.558 |
| Zeer ernstig | 181 | 66 |
| Totaal | 578.123 | 597.605 |
| Bron: Zo doende |

De kans dat een proefdier opnieuw in een andere proef gebruikt wordt, is zeer gering. De effecten van de eerste proef zouden de tweede proef kunnen beïnvloeden. Daarom vinden veel proefdieren na de dierproef de dood.
Voor het doden van proefdieren worden verschillende methoden gebruikt. Muizen en ratten worden (soms eerst verdoofd) in een bak met kooldioxide geplaatst, waarna de dieren stikken. Ook worden de dieren verdoofd en via de halsslagader verbloed of onthoofd. Grotere dieren worden vaak met een overdosis narcosemiddel gedood. Nadat de gedode dieren onderzocht zijn, worden ze vernietigd.

| Voor de huisvesting van proefdieren bestaan Europese richtlijnen. Deze richtlijnen verschillen per diersoort. Muizen en ratten worden bijvoorbeeld vaak in kunststofkooien met een metalen roosterdak ondergebracht. Deze kooien worden in opstellingen in speciale kamers geplaatst. De kunststofkooien hebben afmetingen van 45x32x18 cm. Afhankelijk van de grootte van de dieren worden daarin ongeveer 10 muizen of 2 tot 3 ratten ondergebracht. Voor honden moet de minimum-kooimaat volgens de Europese richtlijn 2,8 m2 per dier zijn. Waar mogelijk worden proefdieren met soortgenoten gehuisvest. | ![]() |

































































